Zoals op Emerce valt te lezen hebben de meeste MKB ondernemers hun backup nog steeds niet goed geregeld. Ze zijn gezamenlijk goed voor een schadepost van 188 miljoen euro (over 2007 en 2008).

Men vertrouwt teveel op hun systeem of op hun gemaakte backup. Vaak falen systemen onverwachts of zijn de backups of de tapes/cd’s of dvd’s beschadigd of de backups simpelweg niet gelukt.

Ook virussen zijn schuldig aan het verliezen of beschadigen van data, net zoals menselijke fouten, zoekraken van diverse opslagmedia, diefstal, brand, stroomuitval en ongeoorloofde toegang tot bedrijfsgegevens worden ook genoemd.

Hoe heb jij je backup geregeld? Welke afspraken heb jij gemaakt en met wie en liggen deze contractueel vast? Is het terugzetten van backup ook getest? Etc. etc.

Voor velen is online backups maken een ideale oplossing. Kijk voor meer informatie op mijn website.


Wie op Google een trefwoord intypt, ziet rechts een of meerdere gesponsorde koppeling(en) staan. De volgorde veran is afhankelijk van 2 factoren:

  1. De prijs, die de adverteerder biedt.
    Hoe meer de adverteerder biedt voor een klik op een gesponsorde koppeling, hoe hoger zijn advertentie komt te staan. Zorg er dus voor dat je steeds in de eerste 5 posities staat met je advertentie. Hou dit goed in de gaten.
  2. De doorklikratio van uw advertentie
    Hoe meer bezoekers op je advertentie klikken, hoe hoger je advertentie komt te staan… zelfs hoger dan je concurrent, die meer biedt dan jij?

    Waarom?
    Stel dat per dag 50 personen op je advertentie klikken à 0,05 euro (klikprijs), dan verdient Google 2,5 euro aan jou. Je advertentie moet er dus aantrekkelijk uitzien voor je bezoekers.

    Indien jouw concurrent een minder aantrekkelijke advertentietekst toont en hij biedt 1 euro per klik, en stel dat er dagelijks maar 2 personen doorklikken per dag, dan verdient Google amper 1 euro per dag aan jouw concurrent.

    Gevolg
    Google zal jouw advertentietekst boven je concurrent plaatsen alhoewel jij 20 maal minder biedt.

    Wees dus creatief met je boodschap. Je bespaart er ongetwijfeld geld mee en je maximaliseert het succes van je internetcampagne.


Anno 2008 is de meest effectieve folder voor je bedrijf een eigen website. Deze biedt je ongelimiteerde mogelijkheden om je producten of diensten te tonen en die informatie actueel te houden. Veel ondernemers laten een website maken en doen er vervolgens jaren niets meer aan. En dat is jammer, want jij en je bedrijf ontwikkelen zich continu en dat zou je website ook moeten doen. Wellicht is ook de effectiviteit van jouw website ingeheeld door de tijd en levert hij meer irritatie op dan klanten. Daarom hier de irritatie top 10 van website-ergernissen. Heb jij binnenkort wat tijd over om je site te toetsen aan onderstaand lijstje?

Top 10 website-ergernissen:

  1. Niet-werkende links
  2. Vervelend en langdurend intro dat niet weg te klikken is
  3. Irritante geluiden die niet uit te zetten zijn
  4. Onduidelijke menu en slechte navigatiestructuur (geen zoekfunctie)
  5. Zware sites die lang nodig hebben om te laden
  6. Grote blokken (slechte) tekst zonder plaatjes
  7. Slechte en saaie vormgeving
  8. Onbegrijpelijk taalgebruik
  9. Steeds nieuwe vensters die openen
  10. Ongevraagde pop-up advertenties

Weke ergernis heb je zelf nog die hier niet bij staat, bijvoorbeeld niet printbare pagina’s of horizontale scrollbar, laat het hier weten. Ik ben ook benieuwd of je voorbeelden hebt van dergelijke slechte website(s).


Het web 2.0 is zijn foetus status ontgroeid en mag als volwassen worden beschouwd. Denk maar aan Hyves en alles wat Google inmiddels biedt aan functionaliteiten (de Google Apps). Maar wat betekent dat nu voor het internet? Is er een opvolger, wordt het web 3.0 of toch W3G, zoals beschreven wordt op Bekels Blog.

Er vallen nieuwe termen als Semantic web en “GGG” (Giant Global Graph), een beschrijving van de grondlegger van het internet, Tim Berners-Lee. In het kort beschrijft het de structuur die de relatie tussen personen en dingen (documenten) weergeeft. Dit wordt vastgelegd in een FOAF (Friend-of-a-friend) file. Dit zijn bestanden die ieder een unieke code krijgen, een zogenaamde URI (Unifom Recource Identefier), soms gelijk aan een URL. Vergelijk dit met een SOFI-nummer van een persoon, het is de identificatie van een internetgebruiker. Via zo’n FOAF bestand kan een grote hoeveelheid informatie worden opgehaald. Boek je bijvoorbeeld een reis via internet dan wordt dat in een FOAF aan je gekoppeld.

Het grote voordeel hiervan is dat je gegevens niet telkens apart in diverse webapplicaties worden opgeslagen, maar in je FOAF komen te staan. Dit betekent dat wanneer je vlucht naar Berlijn vertraging oploopt je agenda-applicatie je afspraken vanzelf verzet en je hotel hiermee automatisch wordt ingelicht, handig toch?!

Naar mijn mening wordt hiermee je Virtual Identity (V.I.), een term door mij bedacht, steeds belangrijker. Je bent geen persoon meer die (anoniem) surft op het net, maar je krijgt zo je eigen V.I. Mensen reageren op artikelen en blogs, creëren documenten en beschrijven zichzelf in community’s als Hyves en plaatsen profielen op LinkedIn en Twitter.

Ik hoor iedereen al roepen, “hoe zit het met dan mijn privacy?” Nou om eerlijk te zijn niet zo goed. Je persoonsgegevens zitten wereldwijd al in honderden databases opgeslagen dus erg veel is er niet van over. Het enige wat je kunt doen is hopen dat iedereen er verstandig mee omgaat.


Geen tijd?

Druk, druk druk, iedereen heeft het veel te druk, zeker om uw website te lezen. Mensen scannen uw webpagina’s en valt er iets interessants op dan zullen ze de moeite nemen meer te lezen.

Bij het scannen zien mensen losse woorden, de zogenaamde visuele ankers:
- benadrukte woorden;
- hyperlinks;
- kopteksten;
- de eerste woorden van alinea’s;
- titel;
- opsommingen.

Het is belangrijk de juiste woorden te benadrukken en doe er ook niet teveel en ook niet steeds dezelfde.

Bij kopteksten zien mensen vooral de eerste twee woorden en die moeten dus veelzeggend zijn.

Bovenste tekst wordt het best gelezen

De lezer wil meteen weten waarover iets gaat. Zorg dus dat de eerste alinea interessant informatie bevat.

Richtlijnen

Hanteer richtlijnen voor het schrijven van webteksten. Schrijf met zo min mogelijk woorden, en schrap als de tekst af is, alle overbodige woorden eruit.

Laat je tekst door iemand anders scannen om je teksten te verfijnen. Investeer tijd in je teksten als je wilt dat iemand ze serieus bekijkt.

Veel succes met het webschrijven. :)


Web 2.0/AJAX

21Mrt08

Wat is Web 2.0?
Om inzicht te krijgen in Web 2.0 zal ik eerst uitleggen wat het precies inhoudt. Web 2.0 is niets anders dan een verzamelnaam. Het geeft eigenlijk de status aan van het internet aan, we zitten nu dus in een nieuwe (2e) fase van het internet.
Een aantal voorbeelden van web 2.0 toepassingen zijn Google maps, BLUE LONDON JEANS, Hyves, LinkedIn, WikiPedia, Blogs en DesignMyRoom.

Maar wat is nu AJAX?
AJAX staat voor: “Asynchrone Javascript and XML”. De term AJAX werd op 18 februari 2005 geïntroduceerd door Jesse James Garret in het artikel “AJAX: A New Approach to Web Applications“. Dit houdt in dat webapplicaties steeds interactiever worden doordat de internetpagina met AJAX real-time wordt bijgewerkt. De internetpagina hoeft dus niet meer  ververst te worden. Hiermee vervagen de grenzen tussen desktop software en webapplicaties.

En wat heb ik eraan?
Indien correct toegepast, dus niet onnodig om “hip” te zijn, kan dit zeker toegevoegde waarde hebben. Dit uit zich onder andere in hogere productiviteit van de gebruiker waardoor deze makkelijker en sneelr uw website opnieuw zal bezoeken.